Erwin Van den Bossche (‘chauffeurke’): “Wie niet gelooft dat corona ernstig is, is gewoon nog niet ziek geweest.”

Interview: Kristin Vangeyte

Hoe heb je de eerste golf ervaren?

Die is echt op mij afgekomen, ik was net op pensioen sedert 15 november. Ze hadden mij uitgezwaaid met de klassieke beloftes: je zal kunnen reizen, al je dromen waarmaken! Tot ik met de kleinkinderen op skiverlof was in de krokusvakantie in Frankrijk. Daar begon het plots heel snel te gaan met het aantal gevallen. En tegen dat we terug thuis waren, was er helemaal niks meer te doen of heen te gaan. Dat was de laatste vakantie die we gedaan hebben.

Zonder overdrijven heb ik mijn kinderen sinds maart ik denk elk één keer gezien. Wij houden ons ook aan alle voorschriften. Wij zijn nergens meer heen gegaan. Wij beperkten ons ook tot wat er mocht en bleven in ons kot, zoals gevraagd. We deden alleen nog de gewone boodschappen. Dat was hoe onze eerste lockdown eruitzag.

Je had je het begin van je pensioen wel anders voorgesteld?

Ja. Ik had eerder schrik voor het spreekwoordelijke zwarte gat, omdat mijn pensioen nogal plots gekomen was. Mijn baas was niet meer herkozen (Erwin werkte voor de Kamer van Volksvertegenwoordigers), dus het was kiezen tussen pensioen of terugkeren naar mijn oude dienst.

Ik had ook heel lange maar gevarieerde dagen, van ‘s morgens tot ‘s avonds; ik kon die deels zelf opstellen; ik werkte samen met buitenlandse delegaties, met de dienst protocollen, enz. Ik kwam op plaatsen waar nooit niemand geweest is. Dat was voor mij, iemand die nooit gestudeerd heeft, een droomjob. En op pensioen valt dat allemaal weg. Ik zou nooit meer zo vroeg met pensioen gaan, achteraf bekeken. Het is pas als je iets mist dat je beseft hoe goed het was.

En toen kwam de tweede golf.

Ja, wij hadden al op voorhand gepland om naar Slovenië gaan. Maar hoe dichterbij de vertrekdatum kwam, hoe meer grenzen we zagen sluiten. Wij hebben dat verlof dan afgezegd. Op een gegeven moment, in september, ging de schaatsbaan weer open, ik had me weer ingeschreven in een sportclub, ijshockey. En hoewel daar alle voorschriften gerespecteerd werden, had ik dat misschien beter niet gedaan.

Voor wie ijshockey wat kent: je bent heel goed beschermd qua kledij. En toch bleek dat nog niet genoeg. Werkelijk alles werd nochtans ontsmet, tot en met de boardings toe. Ik ben dus besmet geraakt in oktober. Ik veronderstel dat het daar is gebeurd maar ja, het tracing centrum belde mij en zei dat het evengoed ook kon zijn van gewoon boodschappen te doen. Je weet nooit wie een fles opnieuw in het schap gezet heeft of wie voor je bancontact gebruikte aan de kassa.

Je vrouw werd ook ziek.

Ja, ik heb symptomen gehad die ik toch nog tot de categiorie ‘mild’ reken, het was als een zware griep. Jenny is ziek geworden toen ik al beter was. Zij is dan op enkele dagen tijd enorm achteruit gegaan. Zij had al longproblemen. Op een vrijdag zijn we dan naar de spoed gegaan. Daar werd bekend dat ze besmet was, wellicht via mij. We hadden nochtans opgelet: aparte toiletten gebruikt, in aparte kamers geslapen, enz. Maar volgens mij is het onvermijdbaar als je samenwoont. Vroeg of laat ga je eens naar de keuken of de wasplaats, en heb je prijs.

Ik mocht uiteraard niet mee binnen op de spoed. Na een tijdje kreeg ik telefoon. Mijn vrouw was naar de Covid-afdeling gebracht. Dat kwam toch redelijk zwaar aan. Je rijdt dan naar huis met het idee wat kledij te halen en terug te rijden. Maar ondertussen kreeg ik opnieuw telefoon, dat ze overgebracht werd naar Oudenaarde. En ik heb haar niet meer gezien tot ze daar het hospitaal heeft verlaten.

Ook hier weer: het is maar als je iets of iemand mist, dat je beseft wat die betekenen voor jou. Stel u ook voor dat ze niet meer zou genezen en dat je nog een derde telefoon krijgt. Wat is dan het laatste wat je samen gedaan hebt? Je vrouw afgezet aan de spoed. Stel je dat eens voor.

Ik hoorde gisteren nog over een vrouw van 96 die het goed doorstaan heeft. Mirakels bestaan nog.

Jaja, maar het is wel frappant hoeveel mensen ik ondertussen ken die besmet zijn. Dat zijn er echt wel veel. Vroeger was het: mensen stierven aan kanker. Maar mijn moeder heeft 15 jaar kanker gehad en je weet wel dat de laatste maanden zwaar worden en dat die ene dag zal komen. Corona is totaal iets anders. Het verandert van de ene op de andere dag je leven. En ik kan heel goed begrijpen dat sommige mensen dat nog altijd niet geloven. Dat zijn de mensen die nog niet ziek geweest zijn, zij die vragen waarom alles nog dicht is.

Gelukkig is het goed afgelopen voor Jenny.

Ja, we hebben geluk gehad dat het goed afgelopen is. Toch denk je ook al een stap verder: we hebben ook nog onze kinderen. Wij zijn gepensioneerd en kunnen thuisblijven. Maar mijn jongste zoon werkt bij de spoorwegen en komt elke dag met veel mensen in contact. En we hebben ze al maanden niet meer gezien. Dus je denkt toch ook aan de gevaren daar. Je zegt altijd tegen je kinderen: “wees voorzichtig” als ze nog jong zijn. Maar nu zijn  ze dertig en zou je dat opnieuw beginnen zeggen.

Er zit dus toch een schrik in. Je weet niet wat het volgende zal zijn. Men gaat nu een vaccin op de markt brengen. Wat gaat dat geven? Jenny vraagt: “ga jij dat doen?” Ik zeg: “ja, want we doen dat ook tegen de griep.” Maar corona is iets nieuws en dat vaccin is dat dus ook. En zal het werken tegen het volgende coronavirus? Als er iets op de markt komt, moet het wel helpen. Het mag geen doekje voor het bloeden zijn. Maar Jenny is daar dus kritisch over. Het is afwachten tot het er is en dan zullen we de beslissing nemen. We zullen ook wel meer uitleg krijgen nog.

Hoe ziet de toekomst eruit volgens u?

Ik hoop dat het leven zoals het nu is, snel achter de rug is. Ik klink misschien onnozel, maar je wordt dat dus gewoon. Voor sommige mensen zal dat zwaarder zijn dan voor ons. Maar wij kregen niet zoveel volk over de vloer of gingen niet zoveel ergens heen. Maar wie elke dag volk over de vloer kreeg en veel familie had: ja, dat is iets anders. Ik kan begrijpen dat je op den duur zwarte gedachten krijgt.

Neem nu al die mensen in een rusthuis: één bed, één kast, één tv. Je probeert daar je dagen door te brengen, en je wordt steeds beperkter. Een raam is je enige link met de buitenwereld. Als je dan nog af en toe je familie ziet, dan heb je die band nog. Maar als ze dat wegnemen… Je hebt dan heel je leven gewerkt voor je kinderen en kleinkinderen, maar je kan ze niet meer zien. En als er in je rusthuis besmettingen zijn, zie je de andere bewoners ook al niet meer. Dat is gevangen zitten zonder een misdrijf hebben begaan.

Zullen we in onze oude gewoontes hervallen of heeft onze samenleving iets geleerd?

Ik zal enkel voor mezelf spreken, maar wij hebben er wel iets uit geleerd. We zullen wellicht nog voorzichtiger leven dan we al deden. Maar anderen zullen zich daar niks van aantrekken, feesten zal voor sommigen belangrijker blijven dan een boete krijgen. Het is een soort van egoïsme van mensen die het ontkennen. Er zijn mensen die voor en tegen de maatregelen zijn en die tweedeling zal zichtbaar blijven.

Dat is nu eenmaal zo in de politiek: doe je niets dan is het niet goed. En doe je wel iets, hoe goed ook, dan is het voor sommigen toch nooit goed. Dat heb ik in de auto vaak gehoord. De mensen zijn nog maar verkozen en ze worden al afgeschoten nog voor ze iets kunnen doen hebben. En corona was er heel plots, we stonden direct met de rug tegen de muur. En er moest worden beslist over iets wat helemaal niet gekend was. Iedereen vertrok  van nul. Groot tot klein, dik tot dun, wereldwijd.

En in de VS ontkennen ze het nu nog steeds. Daar zit je met een wereldleider die, tja, dat is ongezien. Daar word ik gek van als ik die bezig hoor. Die zegt gewoon dat bleekmiddel helpt. Op mijn zestiende zou ik dat misschien ook nog geloofd hebben. Je zou toch meer intelligentie verwachten van zo iemand.

Ik volg je veel op facebook. Ook toen je ziek was, bleef je communiceren. En je bleef humoristisch. Hielp je dat erdoor?

Dat is iets wat ik meedraag uit mijn jeugd. Hoe zwaar de periodes in sommige periodes ook waren, humor trok me er altijd door. Ik heb altijd mezelf kunnen relativeren. Soms ga ik bepaalde uitspraken doen of teksten schrijven waar corona of andere problemen ludiek ga verwoorden. Ik wil daar zeker nooit iemand mee kwetsen, want iedereen kan ermee te maken hebben. Er zijn in feite maar twee zaken waar ik nooit zelf ga mee lachen: met mijn moeder en met kanker. Want dat is het ergste wat mij ooit ontnomen is, dat was de enige persoon waar ik alles bij kwijt kon en die achter mij bleef staan.

Ik heb zelfs ooit op seniorennet mensen erdoor gehaald daarmee, men schreef dat mijn humor de enige uitweg was, zij waren aan hun pc gekluisterd.

Ook met je facebook posts. Mensen hebben daar veel aan gehad.

Ja, soms vraag je je af: zou je dat wel doen? Maar ik heb het altijd zo gedaan, ik heb voor niemand geen geheimen. In plaats van een paplepel mag het met een pollepel zijn zoals bij Urbanus. Dat is dan de humor, zonder iemand te kwetsen.

En dat is bij veel mensen zo: als je kan lachen, al is het maar vijf minuten, dat verlicht de pijn. En pas op, dat evenwicht, het is niet altijd eenvoudig om het zo op papier te zetten. Maar het is zo: de “moral” behouden is enorm belangrijk.